ECLI:NL:GHSHE:2004:AS9554
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Betaling en bewijs van facturen bij levering gordijnen met gebreken
Appellant bestelde in december 1999 gordijnen en bijkomende materialen bij Tapijtcentrum, die begin 2000 werden geleverd. Tapijtcentrum stelde vier facturen op, waarvan drie gedateerd 8 maart 2000 en één van 9 maart 2000. Appellant betwistte betaling van de eerste drie facturen, hoewel op deze facturen stond aangetekend 'betaald in de zaak'. Tevens stelde appellant dat hij de vierde factuur niet had ontvangen en het bedrag niet verschuldigd was.
De kantonrechter had appellant een bewijsopdracht gegeven voor de betaling van de eerste drie facturen, welke appellant niet kon leveren, waarna de vordering grotendeels werd toegewezen. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat Tapijtcentrum te lang had gewacht met aanmanen (artikel 6:89 BW Pro) en dat de bewijslast onterecht bij hem lag.
Het hof verwierp het beroep op artikel 6:89 BW Pro omdat dit artikel niet ziet op wanbetaling maar op het niet tijdig reclameren over gebreken. Ook het beroep op rechtsverwerking faalde vanwege onvoldoende omstandigheden. De bewijslastverdeling bleef ongewijzigd, waarbij appellant onvoldoende bewijs leverde voor betaling. De grieven over de bewijswaardering werden verworpen.
Ten aanzien van de vierde factuur bestond nog discussie over de levering en factuurontvangst. Het hof stelde appellant in de gelegenheid om hier bewijs voor te leveren en verwees de zaak naar de rol voor nadere behandeling. Partijen werd geadviseerd een minnelijke regeling te treffen gezien het beperkte belang.
De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing na nadere bewijslevering over de vierde factuur.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Tapijtcentrum toe voor drie facturen en houdt de zaak aan voor nadere bewijslevering over de vierde factuur.