ECLI:NL:GHSHE:2004:AT3308
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Kok
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering salaris na ontslag wegens plichtsverzuim
Appellant is per 1 april 1999 ontslagen wegens plichtsverzuim door Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Na bezwaar is het ontslagbesluit gehandhaafd door het college en later bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. De gemeente betaalde appellant salaris over de periode van 1 april 1999 tot en met 31 maart 2002 op basis van voorlopige voorzieningen, maar besloot dit bedrag terug te vorderen.
De rechtbank heeft de terugvordering toegewezen, waarbij werd geoordeeld dat deze niet onaanvaardbaar is volgens de eisen van redelijkheid en billijkheid. Appellant betwist dit in hoger beroep en voert aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met zijn goede functioneren voor het ontslag. De gemeente stelt dat de civiele rechter niet bevoegd is om te oordelen over de terugvordering, maar dat dit onder de bestuursrechter valt.
Het hof stelt appellant in de gelegenheid om te reageren op dit standpunt en houdt verdere beslissing aan. Tevens verzoekt het hof de gemeente de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep te overleggen. De zaak wordt verwezen naar een latere terechtzitting om de reactie van appellant te vernemen.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt appellant in de gelegenheid te reageren op het bevoegdheidsstandpunt van de gemeente.