ECLI:NL:GHSHE:2004:BK3121
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- T. Rothuizen-van Dijk
- Keizer
- Van der Molen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschulden wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van appellant als bestuurder van Triax Arbodienst B.V. centraal voor onbetaalde belastingschulden over de jaren 1996 tot en met 1998. Appellant heeft op 3 maart 1998 melding gedaan van betalingsonmacht, maar de Belastingdienst stelde hem aansprakelijk voor de schulden tot een bedrag van f 360.737,--. De rechtbank oordeelde dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur en wees de vordering toe.
In hoger beroep betwist appellant onder meer dat Triax de betreffende aanslagen heeft betaald en voert hij aan dat hij al vóór 3 maart 1998 melding van betalingsonmacht zou hebben gedaan. Het hof oordeelt dat de enkele betaling van twee aanslagen na de melding de geldigheid van de melding niet automatisch beëindigt, mede omdat de Leidraad Invordering 1990 geen wet is en de gevolgen voor de burger niet zonder meer duidelijk zijn.
Het hof acht het aannemelijk dat de financiële problemen vanaf 3 maart 1998 het gevolg zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de voorgaande jaren, gelet op de gebrekkige administratieve organisatie, late of niet ingediende aangiften, en de problematische liquiditeitspositie na een grote aankoop. Appellant wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren en getuigen te doen horen. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering.
Uitkomst: Appellant wordt aansprakelijk gehouden wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar krijgt gelegenheid tot bewijslevering en tegenbewijs.