ECLI:NL:GHSHE:2005:AS2624
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Smeenk-Van der Weijden
- Schyns
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijk ouderlijk gezag na echtscheiding en verblijf van minderjarige in Turkije
In deze zaak staat de vraag centraal of de moeder het eenhoofdig gezag heeft over de minderjarige zoon, geboren binnen 307 dagen na ontbinding van het huwelijk, of dat beide ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. De ouders zijn gescheiden en het kind is buiten het huwelijk geboren. De moeder vertrok in juni 2003 met het kind naar Turkije en keerde begin september 2003 terug, waarbij het kind achterbleef. Het kind keerde in juli 2004 terug naar Nederland en woont sindsdien bij de moeder.
De moeder stelt dat zij het eenhoofdig gezag heeft, omdat het kind niet in het gezagsregister voorkomt en de vader het gezag niet heeft verkregen. De vader betwist dit en benadrukt dat het gezamenlijke gezag voortduurt. Hij uit zorgen over de lange scheiding en de taalachterstand van het kind en wenst hereniging met het kind en een goede omgangsregeling.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:197 BW Pro (oud) het kind de status van wettig kind heeft en dat beide ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen totdat anders door de rechter is beslist. Er is geen aanwijzing dat het gezag is gewijzigd. Het hof acht een nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk om de pedagogische en affectieve mogelijkheden van beide ouders, de ontwikkeling van het kind, de relatie met de ouders en de broer, en de invloed van de verstoorde communicatie tussen ouders te beoordelen.
Het hof verzoekt de raad ook om het kind afzonderlijk te horen en stelt de procedure aan tot de pro forma zitting van 13 mei 2005, waarin de resultaten van het onderzoek worden besproken.
Uitkomst: Het hof bevestigt het gezamenlijk gezag van beide ouders en gelast een nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.