ECLI:NL:GHSHE:2005:AS6711
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid promotiekosten dochter als buitengewone lasten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting waarin een bedrag van fl. 13.728,= aan promotiekosten voor zijn dochter niet als buitengewone lasten werd erkend. De dochter was tijdens haar promotie werkzaam aan de Universiteit van Nijmegen en beschikte over aanzienlijke looninkomsten en banksaldi. Belanghebbende stelde dat hij zijn dochter financieel ondersteunde omdat zij na haar promotie werkloos zou worden en de kosten niet zelf kon dragen.
Het hof stelde vast dat de dochter een zelfstandige positie in de samenleving had en dat zij, mede gelet op haar inkomen en vermogen, de promotiekosten zelf kon dragen zonder haar maatschappelijke positie te schaden. De promotiekosten zijn voorzienbaar en maken deel uit van een huishoudelijke afweging. De bijdrage van belanghebbende kon daarom niet als buitengewone lasten worden aangemerkt.
De inspecteur had betwist dat de bijdrage aftrekbaar was en stelde dat de dochter en haar echtgenoot voldoende eigen inkomen hadden. Het hof vond dit aannemelijk en oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bijdrage noodzakelijk was voor het levensonderhoud van zijn dochter. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de promotiekosten niet als buitengewone lasten aftrekbaar zijn.