ECLI:NL:GHSHE:2005:AS7169
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Feddes
- Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontbinding franchiseovereenkomst wegens onvoldoende onderbouwing tekortkomingen Morec
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of appellant gerechtigd was de franchiseovereenkomst met Morec te ontbinden vanwege toerekenbare tekortkomingen van Morec. Appellant stelde dat Morec haar zorgplicht als franchisegever niet was nagekomen, onder meer door onvoldoende advies en begeleiding en het niet optreden tegen het voortgezet gebruik van franchisekenmerken door derden.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af, terwijl Morec in reconventie een vordering tot betaling van onbetaalde franchisevergoedingen had ingesteld, die werd toegewezen. Appellant kwam in hoger beroep met zes grieven, gericht op de afwijzing van zijn vorderingen en de toewijzing van de reconventionele vordering.
Het hof oordeelde dat appellant zijn stellingen onvoldoende concreet en onderbouwd had toegelicht, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De enkele constatering dat sinds oktober 2000 geen andere vestigingen meer waren, vormde geen voldoende bewijs van tekortkomingen van Morec. Ook de vordering tot buitenwerkingstelling van het non-concurrentiebeding faalde omdat ontbinding niet was vastgesteld.
Daarom verwierp het hof alle grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis waarvan beroep. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant tot ontbinding af, terwijl de vordering van Morec tot betaling van franchisevergoedingen wordt toegewezen.