ECLI:NL:GHSHE:2005:AS8593
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onroerende zaak waarde en schending gelijkheidsbeginsel bij WOZ-taxatie
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak, die door de gemeente was vastgesteld op ƒ 256.000,- (€ 116.167,-) en later verminderd tot ƒ 241.000,- (€ 109.361,-). Belanghebbende stelde een lagere waarde van ƒ 158.000,- (€ 71.697,-) voor. De gemeente erkende fouten in de grondoppervlaktebepaling van vergelijkbare objecten, maar hield vast aan de hogere waarde.
Het hof onderzocht of sprake was van schending van het gelijkheidsbeginsel, waarbij het onderscheid maakt tussen begunstigend beleid, oogmerk tot begunstiging en de meerderheidsregel. Het hof concludeerde dat in vier van de zeven vergelijkbare gevallen de grondoppervlakte onjuist was vastgesteld, wat een schending van de meerderheidsregel inhoudt.
De gemeente kon geen aanvullende gegevens over 170 vergelijkbare recreatiewoningen overleggen, ondanks eerdere kansen. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel slaagde daarom. Het hof stelde de waarde van de onroerende zaak vast op de door belanghebbende verdedigde waarde van ƒ 158.000,- (€ 71.697,-).
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De overige grieven behoefden geen behandeling meer. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof stelde de waarde van de onroerende zaak vast op € 71.697 en verklaarde het beroep gegrond wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.