ECLI:NL:GHSHE:2005:AS8598
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing verhoogde vrijstelling schenking bij ongehuwd samenwonenden
Belanghebbende, geboren in 1966 en sinds 1992 ongehuwd samenwonend met zijn partner, ontving in januari 2002 schenkingen van in totaal €18.831,88 van zijn vader. Bij de aangifte werd een beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling van artikel 33, eerste lid, ten 5e, tweede volzin, van de Successiewet 1956. Deze vrijstelling geldt voor kinderen tussen 18 en 35 jaar.
De Staatssecretaris heeft in een resolutie van 1983 goedgekeurd dat deze vrijstelling ook geldt als de begiftigde zelf niet, maar diens echtgenoot wel tussen 18 en 35 jaar is. De kern van het geschil is of deze resolutie in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur omdat zij alleen gehuwden omvat en ongehuwd samenwonenden uitsluit.
Het hof overweegt dat de wetgever uitgaat van een hechtere economische en juridische band tussen gehuwden dan tussen ongehuwd samenwonenden, mede vanwege wederzijdse verplichtingen en rechterlijke tussenkomst bij beëindiging van het huwelijk. Dit rechtvaardigt het onderscheid in de toepassing van de vrijstelling.
Daarom is het beroep van belanghebbende ongegrond en wordt de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de verhoogde vrijstelling schenking niet geldt voor ongehuwd samenwonenden.