ECLI:NL:GHSHE:2005:AS9427
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens appelverbod bij gering financieel belang
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een eindvonnis van de kantonrechter waarin een vordering van geïntimeerde werd toegewezen. De vordering, inclusief rente tot de dag van de dagvaarding, bedroeg niet meer dan €1.750. Volgens artikel 332 Rv Pro is hoger beroep uitgesloten indien de vordering in eerste aanleg niet meer dan dit bedrag bedraagt.
Appellant voerde aan dat hij ondanks dit appelverbod ontvankelijk moest worden verklaard omdat de kantonrechter in strijd met de beginselen van een goede procesorde had gehandeld. Het hof overweegt echter dat de jurisprudentie die onder omstandigheden doorbreking van appelverboden toestaat, niet ziet op appelverboden gebaseerd op een gering financieel belang zoals hier het geval is.
Het hof verklaart appellant daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen het eindvonnis en ook in het hoger beroep tegen de tussenvonnissen die pas in het kader van het hoger beroep tegen het eindvonnis zijn aangevochten. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerde nihil worden begroot.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het appelverbod van artikel 332 Rv.