ECLI:NL:GHSHE:2005:AT1530
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- Hendriks-Jansen
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake erfdienstbaarheid en conservatoir derdenbeslag op koopprijs
In deze civiele zaak staat centraal de vestiging van een erfdienstbaarheid van uitweg ten behoeve van appellant en de gevolgen van het niet vestigen daarvan. Appellant vordert schadevergoeding wegens waardevermindering van een appartementsrecht en een garage met tuin, alsmede bedrijfsschade, veroorzaakt doordat de erfdienstbaarheid niet is gevestigd zoals overeengekomen.
De koopovereenkomst uit september 2000 bevatte de verplichting tot vestiging van de erfdienstbaarheid over een strook grond van het dienende erf. Echter, na levering van een deel van het perceel aan een derde, werd deze verplichting niet opgenomen en was de derde niet bereid tot vestiging van de erfdienstbaarheid.
De rechtbank veroordeelde geïntimeerde tot medewerking aan levering van de garage, maar beperkte dit tot zover mogelijk. Appellant heeft vervolgens de koopprijs op een derdengeldrekening gestort, waarna geïntimeerde conservatoir derdenbeslag liet leggen. Geïntimeerde verzocht om opheffing van dit beslag via een voorlopige voorziening, maar het hof oordeelde dat zij niet-ontvankelijk was omdat zij geen spoedeisend belang had.
Het hof bevestigt dat een voorlopige voorziening slechts kan worden getroffen bij spoedeisend belang en dat dit in dit geval ontbrak. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar eerdere vonnissen en de lopende procedure.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag en veroordeeld in de kosten van het incident.