ECLI:NL:GHSHE:2005:AT2442
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Katerberg
- Lamers
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep herstelbeschikking wegens termijnoverschrijding in faillissementsprocedure
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van UWV c.s. tegen een herstelbeschikking van de rechtbank Breda in een faillissementsprocedure betreffende A. BV. De rechtbank had A. BV in staat van faillissement verklaard, waarna A. BV verzet aantekende en de rechtbank het faillissement vernietigde. De rechtbank wijzigde vervolgens de kostenveroordeling in een herstelbeschikking.
UWV c.s. stelde dat zij ten onrechte niet was gehoord bij het herstelverzoek en kwam in hoger beroep tegen de herstelbeschikking. Het hof oordeelde dat het appèlverbod doorbroken kon worden omdat de rechtbank het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor had geschonden. Echter, het hof stelde vast dat UWV c.s. het hoger beroep niet tijdig had ingesteld, aangezien de beroepstermijn in faillissementsprocedures kort is en aansluiting moest worden gezocht bij de termijn van acht dagen tegen de beschikking op verzet.
Hoewel UWV c.s. zich beriep op rechterlijke misslagen en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad, vond het hof dat de beroepstermijn strikt moest worden nageleefd. UWV c.s. had na ontvangst van de herstelbeschikking op 26 november 2004 binnen acht dagen in hoger beroep moeten komen, wat niet was gebeurd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof zag geen aanleiding om de kostenveroordeling in de verzetprocedure te herzien. De uitspraak werd gedaan door mrs. Katerberg, Lamers en Van Soest-van Dijkhuizen op 8 maart 2005.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van UWV c.s. niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.