ECLI:NL:GHSHE:2005:AT2491
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepasselijk btw-tarief bij africhting en training van dressuurpaarden
Belanghebbende exploiteert een trainingsstal voor dressuurpaarden en vordert toepassing van het verlaagde btw-tarief op de africhting en training van paarden. De Inspecteur betwist dit en stelt dat na het zadelmak maken van een paard geen sprake meer is van vervaardiging, waardoor het verlaagde tarief niet van toepassing is.
De zaak draait om de uitleg van het begrip 'vervaardigen' in de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde Richtlijn, mede in het licht van relevante arresten zoals Van Dijks Boekhuis en Stenholmen. Het hof onderzoekt of het trainen en africhten van paarden leidt tot het ontstaan van een nieuw goed en of dit ook geldt voor verdere training na het zadelmak maken.
Het hof overweegt dat het begrip vervaardigen in de Nederlandse wetgeving aansluit bij de uitleg van het Hof van Justitie en dat het mogelijk is dat training en africhting leiden tot vervaardiging. Het hof stelt dat het noodzakelijk is om het Hof van Justitie prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van deze begrippen en de btw-heffing, met name over het toepasselijke tarief en de gevolgen van het al dan niet bereiken van het beoogde opleidingsniveau.
Het geding wordt geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet over deze prejudiciële vragen.
Uitkomst: Het hof schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie prejudiciële vragen te beantwoorden over de btw-heffing bij africhting en training van paarden.