Na haar aanhouding is de verdachte een aantal malen verhoord door de politie, daarna door de rechter-commissaris en tenslotte ter terechtzitting van de rechtbank en van het hof.
Bij gelegenheid van die verhoren heeft zij op een aantal onderdelen haar verklaring gewijzigd.
Verdachte heeft verklaard, dat zij op 12 juni 2004 per vliegtuig van Kaapverdië via Portugal naar Parijs is gereisd.
Aanvankelijk heeft zij nopens het doel van die reis verklaard, dat zij een bezoek van een week aan Parijs wilde brengen. Op dat vliegveld is zij in contact met haar latere [mededader] gekomen en is zij met deze aan de praat geraakt, waarbij naar voren is gekomen dat hij die dag per auto naar Rotterdam zou gaan. Omdat zij met hem kosteloos zou kunnen meerijden, heeft zij besloten niet Parijs te gaan bezoeken maar Rotterdam, waar twee nichtjes van haar woonachtig waren.
Zoals hieronder nader weergegeven, heeft zij echter later verklaard dat dat familiebezoek van meet af aan het doel van haar reis is geweest.
Aanvankelijk heeft zij voorts verklaard, dat zij bij haar vertrek werd benaderd door een man met het verzoek om een koffer mee te nemen naar Nederland. Later heeft zij verklaard, dat een vrouw haar had verzocht om een koffer mee naar Frankrijk te nemen, dat zij wel vaker koffers voor andere mensen meeneemt en dat zij vaker zonder (het hof begrijpt: eigen) bagage reist.
Ter terechtzitting heeft zij tenslotte verklaard, dat zij in het geheel geen koffer voor een ander heeft meegenomen; de tolk zou haar verklaring verkeerd vertaald hebben.
Nopens het contact met haar mededader heeft de verdachte aanvankelijk verklaard, dat zij in het vliegtuig naar Parijs met een vrouw aan de praat is geraakt over haar voorgenomen bezoek aan Parijs. In die stad aangekomen heeft die vrouw haar op het vliegveld voorgesteld aan [mededader], tegenover wie zij het gesprek op Rotterdam zou hebben gebracht.
Dienaangaande heeft de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank en van het hof echter verklaard, dat zij in Spanje in een discotheek een man heeft ontmoet met wie zij bevriend is geraakt. Zij heeft die man verteld dat zij haar nichtjes in Rotterdam wilde gaan bezoeken en daarna voor haar werk naar Spanje zou terugkeren. Die man heeft [mededader] opgebeld met het verzoek om haar van Parijs naar Nederland te brengen. In een telefonisch contact met deze heeft de verdachte aan hem doorgegeven, wanneer zij in Parijs zou aankomen en aan welke kleding hij haar, die hij immers nog nooit had gezien, zou kunnen herkennen.
Ten aanzien van de onderhavige reis heeft de verdachte tot aan de zitting van de eerste rechter verklaard, dat zij na de ontmoeting met [mededader] bij hem in de auto is gestapt en direct op weg naar Nederland is gegaan. Daarbij heeft zij benadrukt dat zij absoluut niet eerst met hem naar diens huis is gereden.
Ter terechtzitting heeft zij daarentegen verklaard dat zij wel met hem mee naar huis is gegaan, dat zij daar met zijn vriendin kennis heeft gemaakt en nog met een andere vrouw en dat zij nog gezamenlijk uit eten zijn gegaan, voordat [mededader] en zij naar Nederland zijn vertrokken.