ECLI:NL:GHSHE:2005:AT5852
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid buitengewone lasten en gebruik onroerende zaak door dochter
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting 1999 waarbij het belastbaar inkomen was vastgesteld op ƒ 21.000,-. Hij stelde dat een deel van zijn onroerende zaak, bestaande uit gronden en schuren, in gebruik was gegeven aan zijn dochter en dat diverse buitengewone lasten inzake ziektekosten, zoals dieetkosten, vervoerskosten, kosten huishoudelijke hulp en huisapotheek, aftrekbaar waren.
Het hof stelde vast dat de dochter niet bekend was bij Bureau heffingen en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de gronden en schuren aan haar ter beschikking had gesteld. De overgelegde grondgebruikverklaringen waren niet overtuigend, mede gelet op de kadastrale oppervlakte van het perceel.
Ten aanzien van de buitengewone lasten oordeelde het hof dat de vervoerskosten niet in rechtstreeks verband stonden met medische hulp en dat de autokosten niet hoger waren dan die van gezonde personen in vergelijkbare omstandigheden. De kosten voor huishoudelijke hulp waren niet onderbouwd met gedagtekende facturen en de dieetkosten waren niet aantoonbaar voor het jaar 1999. Ook de huisapotheekkosten overschreden de wettelijke limiet niet.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees de aftrek van de door belanghebbende opgevoerde kosten af.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag met betrekking tot het belastbaar inkomen en de niet-aftrekbare buitengewone lasten.