ECLI:NL:GHSHE:2005:AT6390
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt WOZ-beschikking wegens niet-horen belanghebbende in bezwaarfase
Belanghebbende had verzocht om gehoord te worden in de bezwaarfase tegen de WOZ-beschikking van zijn onroerende zaak. Verweerder heeft dit verzoek genegeerd, stellende dat horen bij belastingaangelegenheden niet plaatsvindt vanwege een gemeentelijke verordening. Het hof stelt vast dat deze verordening niet afdoet aan de wettelijke verplichting tot horen op grond van artikel 25, vierde lid, van de AWR en de Awb.
Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad (BNB 2003/267) en benadrukt dat het niet-horen van belanghebbende een schending is van zijn recht op een zorgvuldige behandeling. Omdat belanghebbende en verweerder van mening verschillen over de feiten en waardering daarvan, is belanghebbende door het niet-horen benadeeld.
Het hof wijst de zaak terug naar verweerder met de opdracht belanghebbende alsnog te horen volgens de regels van de Awb (artikelen 7:4 en 7:5) en binnen een gestelde termijn opnieuw uitspraak op bezwaar te doen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegewezen omdat belanghebbende hier niet om heeft verzocht.
De uitspraak werd op 15 april 2005 mondeling gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof vernietigt de WOZ-beschikking wegens niet-horen van belanghebbende en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.