ECLI:NL:GHSHE:2005:AT8572
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Lamers
- Van Soest-Van Dijkhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij moeder ondanks vertrek naar Colombia
In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats van een minderjarige centraal, waarbij de moeder met het kind naar Colombia was vertrokken. De vader was in hoger beroep gegaan tegen de beschikking die de hoofdverblijfplaats bij de moeder bepaalde, ook bij verhuizing naar het buitenland.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft zolang het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Gezien het jonge leeftijd van het kind en het ontbreken van voldoende feitelijke informatie over een duurzame vestiging in Colombia, verwierp het hof het verweer van de moeder dat de hoofdverblijfplaats in Colombia zou zijn.
Verder werd het laakbaar bevonden dat de moeder zonder overleg vertrok en via de ambassade vervangende paspoorten verkreeg, waardoor het contact tussen vader en kind ernstig werd bemoeilijkt. Het hof benadrukte de informatieplicht en de plicht tot medewerking aan omgang van de moeder.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank Roermond die de hoofdverblijfplaats bij de moeder bepaalde, mede gelet op de verzorgingssituatie en het belang van het kind. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder blijft, ondanks haar vertrek naar Colombia.