ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9567
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid werknemer voor schulden onderneming
Appellant had een rekening-courant overeenkomst met de Rabobank gesloten, waarbij hij zowel voor zichzelf als namens de B.V. was aangegaan en hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor het debetsaldo. Appellant voerde aan dat hij de overeenkomst niet had getekend met de bedoeling zich privé hoofdelijk te verbinden, maar slechts als lid van de bank.
De rechtbank had appellant een bewijsopdracht gegeven om aan te tonen dat de bankmedewerker uitdrukkelijk had medegedeeld dat appellant zich niet hoofdelijk aansprakelijk zou stellen. Na het horen van getuigen, waaronder de accountmanager van de bank, oordeelde de rechtbank dat appellant niet in zijn bewijs was geslaagd.
In hoger beroep werd dit oordeel bevestigd. Het hof hechtte veel waarde aan de gedetailleerde en consistente getuigenverklaring van de accountmanager en verwierp het bewijsaanbod van appellant. Ook de schriftelijke verklaring van de accountant bood geen voldoende tegenbewijs.
Het hof concludeerde dat niet is komen vast te staan dat appellant de overeenkomst onder invloed van bedrog of dwaling heeft getekend. Het feit dat appellant werknemer was en geen aandeelhouder of directeur, maakt niet dat hij zich niet hoofdelijk aansprakelijk kan stellen. Het hoger beroep faalt en de vonnissen worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant en wijst het hoger beroep af.