ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9584
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Adriaansens
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over oplevering en sloopkosten van loods bij einde huurovereenkomst
In deze zaak stond centraal of de huurder, na het einde van de huurovereenkomst, gehouden was de kosten van de sloop van een op het gehuurde aanwezige loods te betalen. De loods was in 1953 met vergunning en toestemming van de toenmalige verhuurder geplaatst. De huurder had de huur opgezegd en de verhuurder stelde dat de loods verwijderd moest worden, waarbij de kosten voor rekening van de huurder zouden komen.
De kantonrechter had de vordering van de verhuurder tot betaling van de sloopkosten toegewezen, stellende dat de loods in slechte staat verkeerde en niet aan een opvolgend huurder kon worden overgedragen. Het hof oordeelde echter dat de kantonrechter onvoldoende had onderbouwd dat de loods in zo'n slechte staat verkeerde dat sloop noodzakelijk was. Bovendien was de loods met toestemming geplaatst en was deze door de langdurige aanwezigheid tot het onroerend goed gaan behoren.
Het hof stelde vast dat de huurder niet verplicht was de woning in de oorspronkelijke staat zonder loods op te leveren. De huurder hoefde daarom de sloopkosten niet te betalen, maar wel de kosten voor het verwijderen van klimop, die niet betwist werden. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de huurder tot betaling van een beperkt bedrag voor de klimopverwijdering, met veroordeling van de verhuurder in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder hoeft de sloopkosten van de loods niet te betalen, alleen de kosten voor het verwijderen van klimop.