ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9892
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak op arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken herkenbaar ziektebeeld
In deze zaak vordert geïntimeerde een uitkering uit haar arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Interpolis voor het na-eerstejaarsrisico (rubriek B). De kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van arbeidsongeschiktheid zoals omschreven in de polisvoorwaarden, namelijk dat de verzekerde voor ten minste 25% ongeschikt is tot het verrichten van werkzaamheden door een medisch vast te stellen ziekte of ongeval.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er sprake was van een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld en daarmee arbeidsongeschiktheid. Interpolis ging hiertegen in hoger beroep. Het hof stelt vast dat hoewel het uitgangspunt van de rechtbank inzake de uitleg van de polis niet wordt bestreden, de door geïntimeerde overgelegde medische rapportages onvoldoende feitelijke onderbouwing bieden voor een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld.
Rapportages over fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. De therapeut die fibromyalgie vermoedde is geen arts, waardoor zijn rapportage minder gewicht heeft. De huisarts vermeldt CVS zonder nadere onderbouwing. Het hof concludeert dat de vordering niet toewijsbaar is en vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijzend de vordering af en veroordelend geïntimeerde in de kosten.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde op uitkering uit de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt afgewezen wegens ontbreken van een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld.