ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9920
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legaat en natuurlijke verbintenis bij gebruiksrecht woonhuis na overlijden erflater
Appellant heeft vanaf medio 1995 samengewoond met erflater tot diens overlijden in 1997. Erflater stelde in zijn testament zijn twee zoons aan als erfgenamen, onder de last van een legaat aan appellant voor het zakelijk recht van gebruik en bewoning van het woonhuis. Na overlijden werd de woning executoriaal verkocht wegens niet-nakoming hypotheekverplichtingen, waardoor appellant het gebruiksrecht niet meer kon uitoefenen.
Appellant vorderde vergoeding van de waarde van het gebruiksrecht, stellende dat de erfgenamen de hypotheektermijnen hadden moeten betalen of de executoriale verkoop hadden moeten voorkomen. Zij stelde dat het legaat een natuurlijke verbintenis betrof, waardoor de erfgenamen geen beroep op hun legitieme portie konden doen.
Het hof oordeelde dat het legaat niet als voldoening van een natuurlijke verbintenis kan worden aangemerkt. De samenwoning en het samenlevingscontract met verblijvensbeding waren onvoldoende om een dringende morele verplichting aan te nemen. Appellant bracht geen feiten aan die een dergelijke verplichting ondersteunen. De vordering werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van appellant tot vergoeding van het gebruiksrecht af.