ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9932
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis kort geding en veroordeling dwangsommen wegens overtreding vonnis
In deze zaak stond het hoger beroep tegen het vonnis in kort geding van 18 maart 2004 centraal, waarin dwangsommen waren opgelegd wegens overtreding van een eerder kortgedingvonnis van 27 maart 2001. Het hof heeft vastgesteld dat vijf van de vijftien aangevoerde inbreuken daadwerkelijk een overtreding van dat vonnis opleveren, waardoor appellanten dwangsommen hebben verbeurd.
Appellanten voerden verschillende grieven aan, waaronder het ontbreken van een noodtoestand bij executie, verjaring van dwangsommen en het ontbreken van belang bij inning van dwangsommen. Deze grieven werden door het hof verworpen. Ook het beroep op eerdere bodemprocedurestukken en het onderscheid tussen dossierstukken en klantgegevens werden niet gehonoreerd.
Het hof oordeelde dat de matiging van dwangsommen door de voorzieningenrechter passend was en dat de verdere matiging door geïntimeerde onvoldoende was gemotiveerd. De proceskosten werden toegewezen aan de in het ongelijk gestelde partijen in zowel principaal als incidenteel appel. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellanten tot betaling van dwangsommen en proceskosten.