ECLI:NL:GHSHE:2005:AU0375
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Gelderman
- Van Nierop
- De Bruijne
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding en voorlopige hechtenis
Verdachte is door de politierechter te Breda veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en de gevangenhouding is bevolen. Tegen deze beslissing is hoger beroep ingesteld, zowel tegen de veroordeling als tegen het bevel tot gevangenhouding.
Het hof analyseert de wetsgeschiedenis van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering en concludeert dat, ondanks een kennelijke misslag in de formulering, het hoger beroep tegen een bevel tot gevangenhouding ter zitting mogelijk is. Het hof leest het tweede lid van artikel 406 zodanig Pro dat dit ook geldt voor het bevel tot gevangenhouding.
Het openbaar ministerie betoogde dat het concentratiebeginsel vereist dat het hoger beroep tegen het bevel gevangenhouding door de strafkamer wordt behandeld en niet door de raadkamer, om desintegratie van het onderzoek te voorkomen. Dit verweer wordt door het hof verworpen.
Het hof bevestigt de beslissing van de politierechter en wijst het hoger beroep af. Tevens wijst het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat het belang van de voorlopige hechtenis prevaleert boven het belang van verdachte bij schorsing.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding wordt afgewezen en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens afgewezen.