ECLI:NL:GHSHE:2005:AU3574
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrekbare kosten privévermogen gebruikt in onderneming volgens artikel 3.17 Wet IB 2001
Belanghebbende en een ander drijven samen een postorderbedrijf in VOF-verband waarbij een deel van het privévermogen van belanghebbende, een woningruimte met een waarde van € 41.748,-, wordt gebruikt voor de onderneming. Het geschil betreft de vraag of bij de toepassing van artikel 3.17 lid 1 onderdeel c van de Wet IB 2001 uitgegaan moet worden van de volledige waarde van € 41.748,- of slechts de helft daarvan, gezien het eigendom en gebruik.
Het hof stelt vast dat alleen de helft van de waarde van de bezitting relevant is voor de winstberekening, omdat belanghebbende slechts voor 50% deelneemt in de VOF en alleen over die helft winst geniet. De Inspecteur heeft de aftrek van kosten beperkt tot 4% van de helft van de waarde, hetgeen het hof als juist beoordeelt.
Het hof wijst erop dat het standpunt van belanghebbende om de gehele waarde in aanmerking te nemen zou leiden tot een dubbele aftrek en forfaitaire heffing, wat strijdig is met de regels omtrent toerekening van winst en kosten bij meerdere gerechtigden en met de doelstelling van artikel 3.17 lid 1 onderdeel c.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 29 juli 2005.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd met aftrek beperkt tot 4% van de helft van de waarde van het privévermogen.