ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5136
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Draijer-Udo
- Vlaardingerbroek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling en verzoek gezinsvoogdij-instelling
Appellant was gehuwd met geïntimeerde en vader van de minderjarige zoon die sinds 31 december 2001 onder toezicht van een jeugdzorgstichting staat. De kinderrechter verlengde op 27 januari 2005 de ondertoezichtstelling tot 31 december 2005 en wees het verzoek van appellant tot mandatering van een landelijke jeugdhulpinstelling af.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht om vernietiging of herziening, met als doel een andere instelling te belasten met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Geïntimeerde en de stichting verzochten appellant niet-ontvankelijk te verklaren. Het hof nam kennis van diverse schriftelijke stukken en constateerde dat appellant sinds 8 juli 2004 niet langer het ouderlijk gezag over de zoon heeft.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 807 aanhef Pro en sub a. Rv., gelezen in samenhang met artikel 1:254, vijfde lid BW, tegen de aangevallen beschikking slechts cassatie in het belang der wet openstaat en geen hoger beroep. Bovendien was appellant niet langer gezagsdrager, wat hem ook in eerste aanleg niet-ontvankelijk zou maken. Daarom werd appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van 27 januari 2005.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdij-instelling.