ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5171
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanvulling Belgische werkloosheidsuitkering volgens Sociaal Plan bij grensarbeid
De zaak betreft een geschil tussen [appellante], woonachtig in België, en SNT Group N.V. over de vraag of SNT haar Belgische werkloosheidsuitkering moet aanvullen tot 90% respectievelijk 80% van het laatstverdiende maandinkomen gedurende de eerste en tweede twaalf maanden van werkloosheid, conform artikel 16 van Pro het Sociaal Plan.
[Appellante] stelt dat de huidige toepassing van het Sociaal Plan indirecte discriminatie oplevert omdat de aanvulling is gekoppeld aan de Nederlandse WW-uitkering, die zij wegens haar woonplaats niet ontvangt. Zij beroept zich op het non-discriminatiebeginsel uit Europese regelgeving en stelt dat SNT de ongelijkheid moet compenseren.
Het hof oordeelt dat het Sociaal Plan een periodieke aanvulling biedt die eenmalig wordt vastgesteld op basis van de WW-uitkering in de maand na het einde van het dienstverband en geen garantie inhoudt op een bepaald percentage van het laatstverdiende inkomen. De woonplaatsvereiste voor de WW-uitkering is een objectieve rechtvaardigingsgrond en het Sociaal Plan wordt door SNT zodanig toegepast dat alle ex-werknemers dezelfde suppletie ontvangen ongeacht woonplaats.
Verder is vastgesteld dat het lagere totale loonvervangende inkomen van in België wonende ex-werknemers voortkomt uit de Belgische werkloosheidsuitkering, die niet onder het Sociaal Plan valt maar onder Verordening 1408/71. Het hof wijst het beroep op indirecte discriminatie af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, waarbij de vorderingen van [appellante] worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen van appellant tot aanvulling van haar Belgische werkloosheidsuitkering worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.