ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5179
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallige leasetermijnen en berekening verschuldigd bedrag aan bank
Appellant had een leaseovereenkomst gesloten met een besloten vennootschap die failliet werd verklaard. De bank, als pandhouder van de leaseobjecten en rechten, vorderde betaling van achterstallige leasetermijnen en overige kosten na beëindiging van de leaseovereenkomst.
De rechtbank wees aanvankelijk de vordering toe, maar vernietigde later het verstekvonnis en stelde een lager bedrag vast. In hoger beroep betwistte appellant onder meer de hoogte van de leasetermijnen, de beëindiging van de overeenkomst en de verrekening met andere vorderingen.
Het hof oordeelde dat de leaseovereenkomst in december 1998 was beëindigd en dat appellant de leasetermijnen tot die datum verschuldigd was. Verrekening met managementfee was niet toegestaan. De bank had recht op contractuele vertragingsrente en incassokosten, waarbij het hof deze laatste matigde. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het hof veroordeelde appellant tot betaling van een bedrag van €9.186,75 vermeerderd met rente.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €9.186,75 met contractuele rente en proceskosten worden gecompenseerd.