ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5187
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep curator tegen Rabobank inzake verrekening en boedelbijdrage faillissement
In deze civiele zaak staat het hoger beroep van de curator in het faillissement van een besloten vennootschap tegen de Rabobank centraal. De curator vordert betaling van bedragen die de Rabobank had verrekend op de faillissementsrekening, stellende dat de bank niet te goeder trouw was volgens art. 54 Faillissementswet Pro. Daarnaast is er geschil over de afdracht van opbrengsten uit de verkoop van stil verpande zaken.
De rechtbank wees de vordering van de curator af, wat het hof bevestigt. Uit verklaringen en een brief van de Rabobank blijkt dat de bank niet wist of behoorde te weten dat faillissement nabij was, en dat de verrekening te goeder trouw plaatsvond. De curator mocht bovendien namens de Rabobank de stil verpande zaken verkopen, met een boedelbijdrage conform de separatistenregeling. Wel moet nader worden onderzocht welke zaken bodemzaken zijn en welke opbrengsten aan de Rabobank moeten worden afgedragen.
Het hof wijst de grieven van de curator over de verrekening af, maar geeft hem deels gelijk over de verkoop van stil verpande zaken en de toepassing van fiscale voorrechten. De zaak wordt verwezen voor nadere informatie en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Rabobank te goeder trouw handelde bij verrekening en oordeelt dat de curator stil verpande zaken mocht verkopen met boedelbijdrage, maar verwijst de zaak voor nadere informatie over bodemzaken.