4.3. Uit de door partijen overgelegde producties en onweersproken stellingen en uit de antwoorden van partijen op vragen van dit hof tijdens het pleidooi, is gebleken dat het volgende zich heeft afgespeeld.
4.3.1. Oostappen was een vaste klant van HAC. Zij had meerdere auto's bij HAC in onderhoud, en heeft thans, bij (de rechtsopvolgster van) HAC ook nog auto's in onderhoud.
In januari 2001 heeft HAC aan Oostappen verkocht en geleverd een personenauto, merk Mercedes-Benz CL 500 voor de prijs van E. 148.338,03. Snel na de levering heeft Oostappen geklaagd over trilproblemen. Gedurende het jaar 2001 is de auto 3 tot 4 keer door HAC onderzocht, doch het probleem werd niet verholpen.
Oostappen heeft zich op 19 februari 2002 schriftelijk gewend tot de importeur van de auto, DaimlerChrysler Nederland BV, met klachten over de auto. DaimlerChrysler heeft op 20 februari 2002 onder meer geantwoord dat in samenwerking met HAC de mogelijkheden onderzocht zouden worden om zo goed mogelijk aan de kritiek van Oostappen tegemoet te komen.
Op 18 maart 2002 klaagde Oostappen wederom, en schreef zij aan DaimlerChrysler dat HAC een as wilde vervangen:"(..) ik zit niet te wachten op een auto waar dadelijk zo'n beetje alles aan vervangen is en het probleem nog niet is opgelost. (..) als er dan toch iets vervangen moet worden, dan vervang de auto maar in zijn geheel! Uiteraard zonder financiële consequenties (..)". Kopieën van deze correspondentie werden aan HAC gezonden.
4.3.2. Op 17 april 2002 schreef Oostappen aan HAC dat het probleem was opgelost, en voegde daar aan toe dat zij nog genoegdoening wenste omdat zij ruim een jaar in een trillende Mercedes had gereden.
Op 2 mei 2002 deelde Oostappen aan DaimlerChrysler (met kopie aan HAC) mede dat het probleem zich wederom voordeed. Zij zag graag binnen 3 dagen een voorstel tegemoet tot terugname van de auto en creditering van de volledige aanschafprijs. De volgende dag werd namens DaimlerChrysler aan Oostappen telefonisch medegedeeld dat er eerst een nieuw onderzoek door DaimlerChrysler moest plaatsvinden. Hierna is er enige tijd over heen gegaan voordat er weer contact tussen partijen was over deze kwestie.
Op 27 september 2002 heeft Oostappen zich telefonisch gewend tot DaimlerChrysler en melding gemaakt van de trilproblemen. Hierop heeft DaimlerChrysler (met kopie aan HAC) op 1 oktober 2002 gereageerd en onder meer geschreven: "(..) Als we er dan ook van uitgaan dat de trilling dezelfde oorzaak heeft als in het verleden, dan garanderen wij u dat wij deze kunnen verhelpen. Vanzelfsprekend zal nader onderzoek moeten uitwijzen of hier daadwerkelijk sprake is van een zelfde trilling. Indien noodzakelijk zullen wij dan ook hieromtrent de visie van DaimlerChrysler A.G. vragen. Wij willen u dan ook beleefd vragen uw voertuig ter beschikking van uw dealer te stellen. Mocht onverhoopt blijken dat wij onze gedane toezegging niet gestand kunnen doen dan zullen wij u via uw dealer een passend voorstel doen om toch tot een oplossing van de kwestie te komen. (..)"
4.3.3. Op 4 oktober 2002 heeft de raadsman van Oostappen aan HAC geschreven en HAC aansprakelijk gesteld voor de schade, alsmede medegedeeld dat de tekortkoming van HAC Oostappen recht gaf op ontbinding, doch dat Oostappen nog een laatste kans wenste te geven aan HAC om de zaak in der minne op te lossen; hij verzocht om een concreet voorstel, bij gebreke waarvan Oostappen genoodzaakt was de aangekondigde rechtsmaatregelen te nemen. Op 11 oktober 2002 vond daarop een telefoongesprek plaats tussen de raadsman van Oostappen en HAC. [werknemer HAC] van HAC zou toen hebben medegedeeld dat hij een laatste kans wenste om de auto te repareren en dat hij anders de schade van Oostappen integraal zou vergoeden. De raadsman van Oostappen heeft dit gesprek diezelfde dag schriftelijk bevestigd. (Ten pleidooie bij het hof kon de [werknemer HAC] zich de inhoud van dit telefoongesprek niet meer goed herinneren.)
Op 15 oktober 2002 antwoordde HAC: "Mocht ik dit probleem niet op kunnen lossen, dan zullen wij in samenwerking met DCNL onder scherpe condities de auto inruilen." Naar aanleiding van deze brief kondigde Oostappen op 23 oktober 2002 rechtsmaatregelen aan, doch bij nader inzien wenste zij de zaak toch in der minne te regelen, en verzocht zij derhalve op
9 december 2002 aan HAC binnen vijf dagen te bevestigen dat de koopovereenkomst was ontbonden en dat HAC de schade van Oostappen (groot E. 150.788,03) zou vergoeden.
4.3.4. Op 3 januari 2003 heeft de raadsman van HAC aan Oostappen geschreven dat HAC ontkende dat er een gebrek aan de auto kleefde, doch dat zij namens DaimlerChrysler aanbood de auto door Mercedes in Stuttgart te laten onderzoeken. De kosten hiervan zouden voor HAC zijn en Oostappen kreeg kosteloos vervangend vervoer (Mercedes E-klasse). De raadsman van Oostappen antwoordde hierop op 7 januari 2003 dat Oostappen akkoord ging met het voorstel, met dien verstande dat het probleem binnen twee weken moest zijn opgelost, de vervangende auto van de CL-500 klasse moest zijn, en dat HAC alle rechtsbijstand kosten die Oostappen had gemaakt zou vergoeden. HAC vond deze instemmingsvoorwaarden met haar voorstel onredelijk, zo berichtte zij op 9 januari 2003.