ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5194
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting werkgever tot aanvulling Belgische werkloosheidsuitkering volgens Sociaal Plan
Appellante, een voormalige werknemer van SNT die in België woont, vorderde dat SNT haar Belgische werkloosheidsuitkering zou aanvullen tot 80% van haar laatstverdiende maandinkomen op grond van artikel 14 van Pro het Sociaal Plan. De arbeidsovereenkomst eindigde per 1 juni 2002 vanwege een reorganisatie. De kantonrechter wees haar vorderingen af, waarna zij in hoger beroep ging.
Het hof onderzocht de internationale bevoegdheid en het toepasselijke recht, waarbij werd vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Appellante stelde dat de koppeling van de periodieke aanvulling aan de Nederlandse WW-uitkering indirecte discriminatie oplevert jegens in België woonachtige werknemers, wat in strijd zou zijn met Europese regelgeving (Vo. 1612/68). Het hof oordeelde echter dat het Sociaal Plan geen woonplaatsvoorwaarde stelt en dat SNT de suppletie gelijkelijk toekent ongeacht woonplaats.
Verder stelde het hof vast dat het lagere loonvervangende inkomen van in België wonende ex-werknemers niet het gevolg is van het Sociaal Plan, maar van de Belgische werkloosheidswetgeving. Dit verschil is gerechtvaardigd onder Vo. 1408/71, die bepaalt dat een werkloze grensarbeider recht heeft op een uitkering volgens het woonland. Het hof concludeerde dat SNT niet verplicht is om dit verschil te compenseren en dat er geen sprake is van indirecte discriminatie of schending van goed werkgeverschap.
De vorderingen van appellante werden afgewezen, inclusief de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellante in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van appellante tot aanvulling van haar Belgische werkloosheidsuitkering zijn afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.