ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6110
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kosteninvordering en vermoeden van onschuld bij naheffingsaanslag en vergrijpboete
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete opgelegd over de jaren 1996 en 1997. Na afwijzing van bezwaar en administratief beroep werd een dwangbevel uitgevaardigd met kosten van €1.135,- voor betekening. Belanghebbende stelde dat deze kosten onredelijk waren en dat het berekenen van kosten op basis van een nog niet onherroepelijke boete in strijd was met het vermoeden van onschuld.
Het hof oordeelde dat het recht op ongestoord genot van eigendom niet werd geschonden omdat belanghebbende zelf de kosten veroorzaakte door niet te betalen. Een forfaitaire regeling voor kosten is toegestaan, tenzij er een ernstige wanverhouding is, wat hier niet is gesteld of gebleken. Het hof verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat invordering vóór definitieve vaststelling van een boete mogelijk is, mits rechtsmiddelen openstaan en er effectief rechtsherstel mogelijk is.
Het beroep werd gegrond verklaard, de kosten werden verminderd tot €1.131,-, het griffierecht van €218,- werd aan belanghebbende vergoed en de ontvanger werd veroordeeld in de proceskosten. Het hof wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vermindert de kosten tot €1.131,- en veroordeelt de ontvanger in de proceskosten.