ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6622
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rothuizen-Van Dijk
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spoedeisend belang bank bij incasso kredietfaciliteit Inve B.V.
In deze zaak vordert ABN AMRO Bank N.V. betaling van een openstaande kredietfaciliteit van Inve B.V. en haar verbonden vennootschappen. De bank stelde dat haar vordering spoedeisend was, mede vanwege de financiële situatie van Inve en de dreiging van faillissement. De voorzieningenrechter wees de vordering toe, maar het hof onderzoekt ambtshalve of aan het vereiste van spoedeisendheid is voldaan.
Het hof overweegt dat het enkele feit dat Inve bezig is met herfinanciering en een zwakke liquiditeitspositie heeft, niet automatisch spoedeisendheid oplevert. De bank heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die een onmiddellijke voorziening rechtvaardigen. Ook de vermeende noodzaak van de bank om het krediet snel te incasseren, mede vanwege oplopende rente, is onvoldoende onderbouwd.
Verder weegt het hof mee dat een dreigend faillissement van Inve, mocht dat aannemelijk zijn, niet zonder meer tot toewijzing van de vordering leidt, omdat dan belangenafweging nodig is met het belang van Inve en de faillissementsregeling. De bank heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering van de bank af. De bank wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de bank af wegens onvoldoende spoedeisend belang.