ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6636
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.M.A. de Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor fouten werknemer bij contante betalingen en oplichting
In deze civiele zaak vordert de besloten vennootschap Bouwservice Benelux Oudenbosch B.V. (BBO) betaling van twee geïntimeerden, die contante betalingen aan een werknemer van BBO, [medewerker BBO], zouden hebben gedaan. Deze werknemer had de bedragen niet aan BBO afgedragen en pleegde aldus een onrechtmatige daad jegens de geïntimeerden.
De rechtbank had BBO aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:170 BW Pro, omdat de werknemer handelde binnen de hem opgedragen taken en de werkgever juridische zeggenschap had over zijn gedragingen. Het hof bevestigt dit functionele verband en oordeelt dat de oplichting plaatsvond in het kader van het verwerven van opdrachten, een taak die onder zeggenschap van BBO viel.
Het hof oordeelt echter ook dat de geïntimeerden nalatig waren door de contante betalingen niet tijdig bij BBO te verifiëren, waardoor 35% van de schade voor hun eigen rekening blijft. Daarnaast laat het hof de grieven over het bewijs van de contante betalingen aan de werknemer toe en bepaalt dat nader bewijs geleverd kan worden, waarbij getuigen zullen worden gehoord.
De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en het vaststellen van de getuigenverhoren. De uitspraak bevestigt de aansprakelijkheid van BBO voor de werknemer, maar wijst een deel van de schade toe aan eigen schuld van de geïntimeerden.
Uitkomst: BBO is aansprakelijk voor de onrechtmatige daad van haar werknemer, met 35% eigen schuld van de geïntimeerden; nader bewijs wordt toegelaten en zaak aangehouden.