ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8044
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Waaijers
- Maes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietigbaarheid ontslag en schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak staat centraal of het ontslag van appellant door MVV vernietigbaar is, of de juiste opzegtermijn is gehanteerd en de hoogte van de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. Appellant stelde dat MVV de wederindiensttredingsvoorwaarde van de CWI heeft geschonden door binnen 26 weken een nieuwe werknemer aan te nemen. Het hof oordeelde echter dat deze termijn was verstreken toen MVV een nieuwe commercieel manager in dienst nam, waardoor het ontslag niet vernietigbaar is.
Verder werd geoordeeld dat de in de arbeidsovereenkomst opgenomen opzegtermijn van drie maanden voor beide partijen in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen, waardoor MVV een opzegtermijn van twee maanden in acht had moeten nemen. Dit maakt de opzegging onregelmatig en leidt tot schadeplichtigheid van MVV. Het hof verwierp het verweer van MVV dat de wettelijke termijn reeds voldoende bescherming biedt.
Ten aanzien van de reden voor ontslag oordeelde het hof dat er geen sprake was van een valse of voorgewende reden, aangezien MVV door haar financiële situatie gedwongen was tot reorganisatie. Wel werd vastgesteld dat de situatie in 2004 verbeterde, wat leidde tot herbenoeming van een commercieel manager.
Tot slot staat het hof appellant toe bewijs te leveren dat bij de berekening van de schadevergoeding rekening moet worden gehouden met diens eerdere diensttijd bij TPG, hetgeen kan leiden tot een hogere vergoeding. De zaak is aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing.
Uitkomst: Het ontslag is niet vernietigbaar, de opzegging was onregelmatig en bewijs over schadevergoeding met eerdere diensttijd wordt toegelaten.