ECLI:NL:GHSHE:2005:AU9263
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- M.J.W. Ellis
- Rechtspraak.nl
Toepassing 30%-regeling op commissaris in fictieve dienstbetrekking
Belanghebbende, een commissaris woonachtig in de Verenigde Staten, verzocht om toepassing van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende geen werknemer zou zijn in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, mede vanwege de fictieve dienstbetrekking. Het geschil spitste zich toe op de vraag of een commissaris als werknemer in de zin van de wet kan worden aangemerkt en daarmee in aanmerking komt voor de 30%-regeling.
Het hof stelde vast dat de wetgever in artikel 2 en Pro artikel 3 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964 de commissaris expliciet als werknemer beschouwt, ook als deze niet in Nederland woont en zijn dienstbetrekking buiten Nederland vervult. De 30%-regeling verwijst naar werknemers in de zin van deze wet, waardoor de commissaris niet uitgesloten is. De Inspecteur baseerde zich op de wetsgeschiedenis en de uitsluiting van fictieve dienstbetrekkingen in de voorganger van de regeling, de 35%-regeling, maar het hof vond dat onvoldoende om de duidelijke wettekst te negeren.
Het hof vernietigde de afwijzende beschikking van de Inspecteur, stelde de looptijd van de 30%-regeling vast van 1 maart 2003 tot 1 maart 2011, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Hiermee werd bevestigd dat commissarissen in fictieve dienstbetrekking onder de 30%-regeling kunnen vallen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de 30%-regeling wordt toegepast op de commissaris van 1 maart 2003 tot 1 maart 2011.