ECLI:NL:GHSHE:2005:AU9693
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrente bij aanslag inkomstenbelasting 2001 voor buitenlands belastingplichtige
Belanghebbende, woonachtig in Groot-Brittannië en buitenlands belastingplichtig, kreeg voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een heffingsrente van €26. Hij betwistte de heffingsrente omdat hij meent dat de aanslaggegevens pas na 1 januari 2002 beschikbaar waren en dat toepassing van artikel 30f Awr tot rechtsongelijkheid leidt.
Het hof stelde vast dat de nieuwe wetgeving per 1 januari 2001 van kracht was en dat voorlopige aanslagen in 2001 door de belastingdienst zijn opgelegd, ook zonder verzoek van de belastingplichtige. Belanghebbende had nagelaten een verzoek tot voorlopige aanslag in te dienen, waardoor de heffingsrente terecht werd berekend.
Het hof oordeelde dat artikel 30f Awr geen ruimte biedt om de heffingsrente in dit geval achterwege te laten, ook al had de aanslag eerder kunnen worden opgelegd. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat belanghebbende niet vergelijkbaar is met belastingplichtigen die wel tijdig om een voorlopige aanslag hebben verzocht.
De griffierechtbetaling van belanghebbende wordt niet (gedeeltelijk) terugbetaald. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsrente bij de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard.