ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0013
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Slootweg
- Maes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling appelverbod bij tussenbeschikking in ontbindingsprocedure arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro doorbroken kan worden bij een tussenbeschikking van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure van een arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter had zich bevoegd verklaard kennis te nemen van het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding, maar stelde de verdere beslissing aan. Appellant stelde dat de kantonrechter onjuist had geoordeeld over zijn rechtsmacht, waardoor het appelverbod zou moeten worden doorbroken.
Het hof oordeelt dat de zogenaamde doorbraakjurisprudentie niet van toepassing is op het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro. Dit verbod is bedoeld om onnodige verlenging van rekestprocedures te voorkomen en misbruik tegen te gaan. Een fundamentele schending kan alsnog worden gecorrigeerd bij het hoger beroep tegen de eindbeschikking.
Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep en veroordeelt hem in de proceskosten. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de tussenbeschikking en veroordeeld in proceskosten.