ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0015
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Slootweg
- Maes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling appelverbod bij tussenbeschikking in ontbindingsprocedure arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro doorbroken kon worden omdat de kantonrechter de voorvraag omtrent rechtsmacht onjuist zou hebben beantwoord. De kantonrechter had in een tussenbeschikking bepaald bevoegd te zijn kennis te nemen van het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarna appellant hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro, dat tussentijds hoger beroep tegen tussenbeschikkingen verbiedt, niet doorbroken wordt door de zogenaamde doorbraakjurisprudentie die geldt bij eindbeslissingen. De ratio van het appelverbod is het voorkomen van onnodige verlenging van procedures en misbruik van rechtsmiddelen.
Het hof oordeelde dat appellant niet-ontvankelijk is in het hoger beroep en veroordeelde hem in de proceskosten. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Hiermee werd bevestigd dat fundamentele schendingen van behoorlijke rechtspleging in tussenbeschikkingen pas bij het hoger beroep tegen de eindbeschikking aan de orde kunnen komen.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de tussenbeschikking wegens het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv.