ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0016
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Slootweg
- Maes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen tussenbeschikking ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een tussenbeschikking van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure van een arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen. De appellant betwistte de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en voerde aan dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro doorbroken moest worden vanwege een onjuiste beantwoording van de voorvraag over rechtsmacht.
Het hof overwoog dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro strikt moet worden nageleefd en dat de zogenaamde doorbraakjurisprudentie van de Hoge Raad, die in andere contexten het appelverbod kan doorbreken, hier niet van toepassing is. Dit om onnodige verlenging van de procedure en misbruik te voorkomen.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de zaak terugverwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling. De appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter.