ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0017
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Slootweg
- Maes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen tussenbeschikking ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro doorbroken kon worden omdat de kantonrechter de rechtsmacht onjuist had vastgesteld. De kantonrechter had zich bevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarna appellant hoger beroep instelde tegen deze tussenbeschikking.
Het hof overwoog dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro strikt moet worden nageleefd en dat de zogenoemde doorbraakjurisprudentie, die in andere contexten het appelverbod kan doorbreken, hier niet van toepassing is. De ratio van het appelverbod is het voorkomen van onnodige verlenging van de rekestprocedure. Bovendien kan een fundamentele schending van behoorlijke rechtspleging alsnog worden gecorrigeerd bij het hoger beroep tegen de eindbeschikking.
Daarom werd appellant niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de tussenbeschikking en veroordeeld in de proceskosten.