ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0021
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Slootweg
- Maes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal of het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro doorbroken kan worden bij een hoger beroep tegen een tussenbeschikking van de kantonrechter die de rechtsmacht heeft vastgesteld in een ontbindingsprocedure van een arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter had zich bevoegd verklaard kennis te nemen van het verzoek tot ontbinding, waarna appellant hoger beroep instelde tegen deze tussenbeschikking. Het hof overweegt dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro slechts uitzonderlijk kan worden doorbroken, en dat de doorbraakjurisprudentie van de Hoge Raad omtrent eindbeslissingen niet van toepassing is op dit appelverbod bij tussenbeschikkingen.
Het hof concludeert dat appellant niet-ontvankelijk is in het hoger beroep, omdat de wetgever de duur van rekestprocedures niet onnodig wil verlengen en misbruik wil voorkomen. De fundamentele schendingen kunnen alsnog worden gecorrigeerd bij het hoger beroep tegen de eindbeschikking. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.