ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0026
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Slootweg
- Maes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een tussenbeschikking van de kantonrechter die zich bevoegd verklaarde kennis te nemen van een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Appellant stelde dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro doorbroken moest worden omdat de kantonrechter onjuist had geoordeeld over zijn rechtsmacht, waardoor hij buiten het toepassingsgebied van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zou zijn getreden.
Het hof overwoog dat het appelverbod van art. 358 lid 4 Rv Pro strikt moet worden nageleefd en dat de doorbraakjurisprudentie van de Hoge Raad, die in uitzonderlijke gevallen het appelverbod bij eindbeslissingen doorbreekt, niet van toepassing is op tussenbeschikkingen. Dit om onnodige verlenging van procedures en misbruik te voorkomen.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking en veroordeelde hem in de proceskosten. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Hiermee werd bevestigd dat alleen tegen de eindbeschikking hoger beroep openstaat in dit soort procedures.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking en veroordeeld in de proceskosten.