ECLI:NL:GHSHE:2006:AV0028
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Smit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht stiefouder en onderhoudsbijdrage kinderen na echtscheiding
In deze civiele zaak staat de onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen centraal na echtscheiding van partijen. De vrouw vordert een hogere bijdrage van de man voor de verzorging en opvoeding van twee kinderen, gebaseerd op een berekende behoefte en bijzondere kosten. Het hof stelt vast dat de basisbehoefte per kind per maand na indexering € 257,32 bedraagt, vermeerderd met een redelijke premie voor particuliere ziektekostenverzekering, wat leidt tot een behoefte van € 300,44 per kind.
De vrouw heeft echter nagelaten voldoende financiële gegevens te verstrekken over haar echtgenoot, die als directeur-grootaandeelhouder betrokken is bij meerdere ondernemingen. Hierdoor ontbreekt inzicht in diens werkelijke draagkracht. Ook heeft zij geen uitgangspunten geformuleerd voor een draagkrachtvergelijking, terwijl dit essentieel is om het aandeel van de man en de stiefouder in de onderhoudskosten te bepalen.
Het hof oordeelt dat de vrouw hierdoor niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kinderen behoefte hebben aan de door haar gevraagde hogere onderhoudsbijdragen. Het aanbod om later aanvullende stukken te overleggen wordt vanwege het late tijdstip in de procedure niet gehonoreerd. De beschikking van de rechtbank Breda wordt bekrachtigd, en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot verhoging van de onderhoudsbijdrage af wegens onvoldoende financiële informatie.