ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1462
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Zinnen
- Smeenk-Van der Weijden
- Walstock
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op kinderalimentatie en draagkrachtberekening na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank Breda had bepaald dat de man kinderalimentatie moest betalen van €180 per kind per maand vanaf 1 april 2004 en €251,50 vanaf 1 december 2004. Zowel de man als de vrouw zijn tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.
De man betwistte onder meer de hoogte van zijn netto besteedbaar inkomen, de toepassing van een korting wegens onredelijke woonlasten en het niet meenemen van een leningaflossing aan zijn broer. De vrouw stelde onder meer dat de man voldoende draagkracht heeft en dat er rekening moet worden gehouden met een partner van de man. Het hof constateerde een fout in het gebruikte INA-rekenprogramma voor de woonlastenkorting en heeft handmatig de woonlasten en draagkracht herberekend.
Het hof oordeelde dat de woonlasten van de man niet onredelijk hoog zijn en dat er geen korting op de woonlasten toegepast hoeft te worden. De man kon geen bewijs leveren van de leningaflossingen aan zijn broer, waardoor deze niet in de draagkrachtberekening werden meegenomen. Ook werd vastgesteld dat er geen omgangskosten meer zijn omdat er al ruim een jaar geen omgang met de kinderen plaatsvindt. Uiteindelijk stelde het hof de kinderalimentatie vast op €222,50 per kind per maand vanaf 1 december 2004, met inachtneming van het fiscale voordeel voor de man.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 december 2004 €222,50 per kind per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.