ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1998
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Hartog Jager
- Koens
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in cassatieprocedure over levering appartementen
In deze civiele procedure verzocht [naam verzoeker] een voorlopig getuigenverhoor om bewijs te verzamelen voor zijn stelling dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen en dat de erven bedrog hebben gepleegd. Dit verzoek werd gedaan terwijl een cassatieprocedure bij de Hoge Raad nog aanhangig was.
Het hof overwoog dat het houden van een getuigenverhoor vóór het arrest van de Hoge Raad niet wenselijk is vanwege proceseconomische redenen en onduidelijkheid over de toekomstige procedure waarvoor het getuigenverhoor bedoeld is. Het hof stelde dat het verzoek onvoldoende belang heeft, zowel in het geval dat het cassatieberoep slaagt als wanneer het wordt verworpen.
Indien het cassatieberoep slaagt, zal het hof of een ander hof het hoger beroep alsnog inhoudelijk beoordelen waarbij het beroep op verjaring waarschijnlijk zal slagen, waardoor het getuigenverhoor niet bijdraagt. Indien het cassatieberoep wordt verworpen, kan een procedure tot herroeping van het vonnis niet leiden tot herroeping maar slechts tot constatering van niet-ontvankelijkheid, waardoor het getuigenverhoor ook niet relevant is.
Het hof wees erop dat een procedure wegens onrechtmatige daad wegens het gestelde bedrog mogelijk is, maar die dient bij de rechtbank te worden ingesteld waar het getuigenverhoor kan plaatsvinden. Daarom werd het verzoek afgewezen en [naam verzoeker] veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende belang.