ECLI:NL:GHSHE:2006:AV2172
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vervangende schadevergoeding wegens nietige overdracht woning in nalatenschap
Appellant, kleinzoon van de erflater, vordert vervangende schadevergoeding omdat nakoming van een koopovereenkomst uit 1989 tussen erflater en hem onmogelijk is geworden door verkoop van de woning aan een derde. De rechtbank had appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens gezag van gewijsde van een eerder vonnis dat de goederenrechtelijke overdracht nietig verklaarde.
Het hof stelt dat het eerdere vonnis alleen de goederenrechtelijke overdracht nietig verklaarde, niet de koopovereenkomst zelf. Hierdoor faalt het beroep op gezag van gewijsde en is appellant ontvankelijk. De vordering tot nakoming is verjaard, maar de vordering tot vervangende schadevergoeding niet.
Het hof wijst het beroep van rechtsverwerking af en veroordeelt de erfgenamen hoofdelijk tot betaling van een bedrag van €39.251,99, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 september 1989, verminderd met het aandeel van appellant zelf. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de erfgenamen tot betaling van vervangende schadevergoeding aan appellant wegens nietige overdracht van het aandeel in de woning.