4.8. Ter zitting van het hof heeft de vrouw gesteld dat zij bekend is met de inhoud van de zich bij de stukken bevindende bescheiden. De inhoud daarvan kan volgens haar de stelling van de man dat zij zou samenwonen met de heer [X.] niet staven.
De vrouw heeft vervolgens ter onderbouwing dat zij niet samenwoont met [X.] haar leef- en woonomstandigheden nader geschetst en toegelicht.
In dat verband heeft zij onder meer het volgende verklaard:
Ik erken dat ik een affectieve relatie onderhoud met de heer [X.] vanaf ultimo 1996.
Zowel ik als de heer [X.] wonen in hetzelfde appartementencomplex aan de [adres] te [woonplaats]. Ik bewoon een appartement op de 3e woonlaag (nr. 32) en de heer [X.] nr. 66 op de 6e woonlaag. Doorgaans ben ik elke dag aanwezig in het appartement van de heer [X.]. Daar gebruiken wij doorgaans samen de maaltijden, zoals het ontbijt, de lunch en het avondeten. Omdat de heer [X.] in verband activiteiten veel weg moet, komt het wel eens voor dat ik alleen ontbijt in mijn eigen appartement. Kortom: ik ben regelmatig in het appartement van de heer [X.] aanwezig, ook ’s-nachts. In het weekeinde slaap ik bij de heer [X.] en door de week slaap ik in mijn eigen appartement. Van een permanente leef- en woonsituatie van mij bij de heer [X.] is geen sprake. Het klopt dat er van mijn kinderen en kleinkinderen foto’s in het appartement van de heer [X.] aanwezig zijn. Maar dergelijke foto’s staan ook in mijn eigen appartement.
De vuile was van zowel de heer [X.] als van mijzelf wordt gelijktijdig door mij verzorgd, dikwijls in mijn eigen appartement, maar ook wel in het appartement van de heer [X.]. Het ligt er maar net aan hoe het een en ander op dat moment het beste uitkomt. Op de vraag hoeveel tijd ik in mijn eigen woning dan wel de woning van de heer [X.] doorbreng kan ik het volgende antwoord geven. Naar mijn mening ben ik ongeveer 25% van de tijd aanwezig in het appartement van de heer [X.] en circa 75% in mijn eigen appartement. Dit wordt mede beïnvloed door de activiteiten waarmede de heer [X.] zich bezig houdt. Ook kook ik in mijn eigen appartement de warme maaltijden voor de heer [X.] en mijzelf en als alles gereed is neem ik dat mee naar het appartement van de heer [X.]. Het is inderdaad zo dat toen mijn dochter op een keer in mijn appartement op bezoek is gekomen het er toen stoffig uitzag. Dat was puur toeval en dus een éénmalige gebeurtenis.
De heer [X.] en ik gaan ook regelmatig, circa drie keer per jaar gedurende telkens twee weken, samen op vakantie met de caravan. De (trek)auto is van mij en de caravan is van de heer [X.]. Op vakantie delen wij altijd alle kosten. Tijdens de vakanties besturen wij om beurten de auto. Buiten de vakanties om rijdt de heer [X.] ook regelmatig in mijn auto. De heer [X.] heeft vanaf eind 1999 geen eigen auto meer. Het is juist dat de heer [X.] al een aantal jaren ook een pasje op zijn naam in zijn bezit heeft van mijn privé-bankrekening. Dat is in bijzondere omstandigheden best gemakkelijk omdat de heer [X.] dan voor mij geld van mijn bankrekening kan opnemen, zeker wanneer ik bij voorbeeld langere tijd ziek ben. Het toeval wil dat ik op dit ogenblik al vanaf 20 december 2005 wegens een spierblessure 24 uur per dag in het appartement van de heer [X.] verblijf. Ik kan niet lopen en de heer [X.] kan mij op die manier in zijn eigen appartement verzorgen waardoor ik geen beroep hoef te doen op anderen. Om diezelfde reden ben ook ik in het bezit van een bankpasje van de bankrekening van de heer [X.].
Van mijn privé-bankrekening betaal ik in beginsel mijn eigen vaste lasten, zoals de huur van mijn appartement, premie ziektekosten, gas, licht en water, alsmede mijn telefoonabonnement.
Vanaf omstreeks 2000 hebben de heer [X.] en ik ook een gezamenlijke bankrekening om gemeenschappelijke uitgaven te bestrijden. Afspraak is dat ieder van ons periodiek geld op die rekening stort zodat we van die rekening gelden kunnen opnemen om diverse gemeenschappelijke kosten en uitgaven te betalen, waaronder de huishoudelijke uitgaven, cadeaus, vakanties en dergelijke. Meestal wordt door ieder van ons circa € 200,-- per maand op de gezamenlijke rekening gestort.
Voor de verjaardagen van mijn kinderen en kleinkinderen kopen de heer [X.] en ik één gemeenschappelijk cadeau en wij gaan dan ook samen naar die verjaardagen. Zo’n tien keer per jaar gaan wij samen op verjaarsvisite bij de kinderen en kleinkinderen. Mijn kinderen en kleinkinderen komen niet alleen op mijn verjaardag op bezoek, maar komen ook altijd op de verjaardag van de heer [X.]. De verjaardag van mij of die van de heer [X.] vieren wij meestal in het appartement van de heer [X.], omdat zijn appartement groter is en de heer [X.] daar geen bezwaar tegen heeft. Sterker nog, hij kan daar zelf van genieten.
Het is juist dat ik in het appartement van de heer [X.] ook onder mijn eigen telefoonnummer bereikbaar ben. In mijn appartement heb ik een vaste aansluiting met een zogenaamd moederstation. Daarnaast heb ik een (mobiel) hulpstation, dat ik in het appartement van de heer [X.] heb geplaatst. Als er van buiten telefonisch contact wordt opgenomen onder mijn eigen telefoonnummer, gaat de telefoon over op zowel de vaste aansluiting als het (mobiel) hulpstation. Zo kan ik dus in het appartement van de heer [X.] de voor mij bestemde telefoongesprekken beantwoorden. Omdat de afstand tussen mijn appartement en dat van de heer [X.] niet al te groot is, kan een dergelijk telefoonsysteem in het appartementencomplex gebruikt worden. Op die manier kan het dus regelmatig voorkomen dat de heer [X.] als eerste een voor mij bestemd telefoontje in zijn eigen appartement opneemt, waarna ik het gesprek van hem overneem.
Ik ben astmapatiënte en daarvoor heb ik diverse pompjes in mijn bezit. Daarom ligt er ook een pompje in het appartement van de heer [X.].