ECLI:NL:GHSHE:2006:AV9185
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Draijer-Udo
- Van Zinnen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling einde onderhoudsverplichting wegens samenwoning volgens artikel 1:160 BW
De zaak betreft een geschil over de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw na hun echtscheiding. De man stelt dat de vrouw sinds 1 januari 1997 samenwoont met een ander, de heer X, en daardoor zijn alimentatieplicht is geëindigd. De rechtbank wees dit af wegens onvoldoende bewijs van samenwoning als waren zij gehuwd.
In hoger beroep heeft het hof de feiten en omstandigheden nader onderzocht, waaronder verklaringen van partijen, getuigenverklaringen en het energieverbruik van de appartementen van de vrouw en de heer X. Uit deze gegevens blijkt dat de vrouw haar eigen appartement nauwelijks bewoont en vrijwel dagelijks bij de heer X verblijft, met gezamenlijke huishouding, verzorging en gezamenlijke financiën.
Het hof concludeert dat aan alle criteria van artikel 1:160 BW Pro is voldaan: een affectieve relatie van duurzame aard, wederzijdse verzorging, samenwoning en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierdoor is de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw van rechtswege geëindigd per 1 januari 1997.
Het hof beperkt de terugbetalingsverplichting van de vrouw tot de periode vanaf 1 november 2003, omdat de man niet eerder actie heeft ondernomen en de vrouw vanaf dat moment rekening kon houden met terugbetaling. De eerdere beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw is geëindigd per 1 januari 1997 en de vrouw moet onverschuldigde betalingen vanaf 1 november 2003 terugbetalen.