ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1815
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- A.J. van Soest
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van ontvangen bedragen uit afnameovereenkomst aardolieproducten
Belanghebbende was vennoot in een firma die een garagebedrijf exploiteerde en een afnameovereenkomst met G B.V. had gesloten. Na overdracht van het garagebedrijf in 2000 bleef een recht op jaarlijkse kortingen uit de overeenkomst bestaan. In 2001 ontving belanghebbende bedragen van G B.V. die de Inspecteur als inkomen uit werk en woning (box I) kwalificeerde, terwijl belanghebbende deze als inkomen uit sparen en beleggen (box III) aangaf.
Het geschil betrof de fiscale kwalificatie van deze betalingen. Het hof onderzocht de bepalingen van de overeenkomst, met name artikel 7 over Pro de jaarlijkse korting, en concludeerde dat ondanks het opschrift 'korting jaarlijks achteraf' de betalingen feitelijk vooraf werden gedaan en betrekking hadden op het jaar 2001.
Daarom oordeelde het hof dat de ontvangen bedragen niet als nagekomen baten uit onderneming (box I) maar als inkomsten uit sparen en beleggen (box III) moesten worden aangemerkt. De aanslag werd verminderd conform de aangifte van belanghebbende. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag is verminderd en de ontvangen bedragen worden belast als inkomen uit sparen en beleggen.