ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1821
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- R.J. Koopman
- J. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Verlenging navorderingstermijn bij aandelen aan toonder in Luxemburgs beleggingsfonds
Belanghebbende had in de jaren negentig een beleggingsportefeuille, waaronder aandelen aan toonder in een Luxemburgs fonds (E), die zij thuis in Nederland bewaarde. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op over de jaren 1991 tot en met 1997, gebaseerd op een fictief rendement. Belanghebbende betwistte de verlenging van de navorderingstermijn tot twaalf jaar, omdat de aandelen in Nederland waren gehouden.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) van toepassing is. Het hof oordeelde dat het rendement van het Luxemburgse fonds als bestanddeel van het voorwerp van belasting buiten het zicht van de fiscus is gebleven, waardoor de verlengde termijn geldt. Het maakte niet uit dat de aandelen fysiek in Nederland waren bewaard.
De motie Reitsma/De Grave, waarin sprake is van 'vorderingen', werd door het hof niet zo uitgelegd dat aandelen aan toonder daarvan zijn uitgesloten. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het door haar betaalde griffierecht werd niet vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar voor de navorderingsaanslagen.