ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1824

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/00475
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 229 GemeentewetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aanslag bouwleges voor vergunning woninguitbreiding

Belanghebbende diende een bouwaanvraag in voor het vergroten van een woning bij de gemeente Q. Hiervoor werd een aanslag bouwleges van €530 opgelegd, gespecificeerd in onderdelen voor behandeling, procedure en welstandstoetsing. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat door de heffingsambtenaar en de rechtbank werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof.

Het geschil betrof vier hoofdvragen: of de aanslag vernietigd moest worden wegens het ontbreken van een controleerbare onderbouwing van de uitgaven, het ontbreken van duidelijkheid dat de lasten de baten overschrijden, of de aanvraag van een bouwvergunning wel een dienst in de zin van de Gemeentewet is, en of er een individueel belang aan de aanvraag ten grondslag ligt.

Het hof stelde vast dat de gemeentelijke begroting 2004, voorzien van een goedkeurende verklaring van een externe accountant, voldoende inzicht geeft in de lasten en baten, waarbij de lasten voor bouw-, woning- en welstandstoezicht hoger zijn dan de geraamde baten uit bouwleges. Verder oordeelde het hof dat de aanvraag van een bouwvergunning een dienst betreft die een individueel belang dient, namelijk het verkrijgen van toestemming voor bouwwerkzaamheden die anders verboden zijn.

Daarmee faalden alle grieven van belanghebbende en werd de bestreden uitspraak bevestigd. Het hof wees proceskostenveroordeling af en sprak het vonnis uit op 22 maart 2006.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslag bouwleges en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 05/00475
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
U I T S P R A A K
Uitspraak van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, derde meervoudige Belastingkamer, op het hoger beroep van X te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank te Roermond van 1 september 2005, nr. AWB 05/504, betreffende na te melden aanslag bouwleges.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor de Rechtbank
Aan belanghebbende is onder de naam factuur met dagtekening 19 augustus 2004 een aanslag bouwleges opgelegd ten bedrage van € 530,-.
Het tegen deze aanslag gemaakte bezwaar is door de heffingsambtenaar van de gemeente Q (hierna: de heffingsambtenaar) ongegrond verklaard.
Vervolgens heeft belanghebbende tegen de uitspraak van verweerder beroep ingesteld bij de rechtbank te Roermond. Bij de bestreden uitspraak is dit beroep ongegrond verklaard.
2. Geding voor het Hof
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 26 januari 2006 te 's-Hertogenbosch.
Aldaar zijn toen verschenen en gehoord namens de heffingsambtenaar mevrouw A en de heer B. Belanghebbende is, nadat hij het hof bij brief van 30 december 2005 ervan in kennis had gesteld geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling, niet verschenen.
De heffingsambtenaar heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof. Het hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding.
Het hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.
3. De feiten
Op grond van de stukken van het geding en de geloofwaardige verklaring van de heffingsambtenaar ter zitting, stelt het hof als tussen partijen niet in geschil, de volgende feiten vast:
3.1. Teneinde een woning te mogen vergroten heeft belanghebbende bij de gemeente Q een bouwaanvraag ingediend. Ter zake van het in behandeling nemen van deze aanvraag is aan belanghebbende onder de naam factuur een aanslag leges opgelegd ten bedrage van in totaal € 530,-. Deze aanslag is blijkens de specificatie op het biljet opgebouwd uit de volgende onderdelen:
" behandeling lichte bouwvergunning € 200,00
procedure artikel 19 lid 3 WRO Pro € 275,00
toetsing aan welstand € 55,00".
3.2. In de bijlagen bij de begroting van de gemeente Q voor het jaar 2004 is een specificatie opgenomen van diverse baten en lasten. Bij de lasten is onder post 822 (Overige volkshuisvesting) een bedrag geraamd van € 492.650,-, waarvan is toegerekend aan bouw- woning- en welstandstoezicht een bedrag van € 239.658,--. Onder de baten is onder de post 823 (Bouwvergunningen) een bedrag geraamd van € 141.500,-.
3.3. De begroting van de gemeente Q voor het jaar 2004 is conform de wettelijke eisen opgesteld en voorzien van een goedkeurende verklaring van een externe accountant.
4. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.1. Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
a. Moet de aanslag worden vernietigd omdat niet op controleerbare wijze is vastgelegd tot dekking van welke uitgaven de onderhavige leges strekken?
b. Moet de aanslag worden vernietigd omdat niet duidelijk is geworden dat de lasten tot dekking waarvan de leges dienen, de baten overschrijden?
c. Moet de aanslag worden vernietigd omdat de aanvraag van een bouwvergunning niet een dienst is in de zin van artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet?
d. Moet de aanslag worden vernietigd omdat aan de aanvraag van een bouwvergunning niet een individueel belang ten grondslag ligt?
Belanghebbende is van oordeel dat deze vragen bevestigend moeten worden beantwoord. De heffingsambtenaar is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.
4.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar hieraan nog het volgende, samengevat weergegeven, toegevoegd:
De begrotingsstukken die aan belanghebbende bij de uitspraak op bezwaar zijn toegestuurd behoren bij de gemeentelijke begroting voor het jaar 2004. Dat is een officieel stuk dat volgens uniforme wettelijke regels is opgesteld. Die regels zijn zelfs in Europees verband geharmoniseerd ten behoeve van de vergelijkbaarheid. Deze stukken zijn door een externe accountant gecontroleerd en voorzien van een goedkeurende verklaring. De lasten voor bouw-, woning en welstandstoezicht, ten bedrage van € 239.658,- staan tegenover de begrote baten uit bouwleges van € 141.500,-.
4.3. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de bestreden uitspraak, de uitspraak op bezwaar en de aanslag.
De heffingsambtenaar concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
5. Beoordeling van het geschil
5.1. Uit de door de heffingsambtenaar overgelegde stukken uit de gemeentelijke begroting voor het jaar 2004 blijkt voldoende controleerbaar tot dekking van welke uitgaven de onderhavige leges dienen. Uit die stukken blijkt voorts dat de geraamde lasten, tot dekking waarvan de onderhavige leges dienen, de geraamde opbrengst van die leges overstijgen. De eerste twee grieven van belanghebbende treffen daarom geen doel.
5.2. De onderhavige aanvraag strekte ertoe de voor het vergroten van een woning benodigde vergunning te verkrijgen. Zonder die vergunning zou het belanghebbende niet zijn toegestaan de woning te vergroten. Aan de aanvraag ligt daarom het individuele belang van belanghebbende ten grondslag, om een vergunning te verkrijgen tot het uitvoeren van bouwwerkzaamheden die zonder die vergunning verboden zouden zijn. Op diezelfde grond is het in behandeling nemen van deze aanvraag tevens een dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet. De laatste twee grieven van belanghebbende falen derhalve evenzeer.
5.3. Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak moet worden bevestigd.
6. Proceskosten
Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
7. Beslissing
Het hof bevestigt de bestreden uitspraak.
Aldus gedaan op 22 maart 2006 door A.J. van Soest, voorzitter, R.J. Koopman en J.W. Zwemmer, leden, in tegenwoordigheid van A.A. van Wendel de Joode, griffier.
De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 22 maart 2006
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in
cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd.
Na het instellen van beroep ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het beroepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.