ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1827
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smit
- Draijer-Udo
- Van Zinnen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling draagkracht vrouw voor partneralimentatie man bij kinderen in haar gezin
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Na echtscheiding is door de rechtbank bepaald dat de vrouw partneralimentatie aan de man moet betalen, welke zij betwist. De vrouw voert aan dat de man onvoldoende arbeid verricht en dat zijn vermogen niet is meegewogen. Tevens stelt zij dat de rechtbank de behoefte van de kinderen en de extra kosten van kinderopvang onvoldoende heeft meegenomen.
De man verklaarde tijdens de zitting dat hij wegens ziekte tijdelijk niet kan werken en een ziektewetuitkering ontvangt, maar heeft dit niet tijdig aan de rechtbank of vrouw medegedeeld. Het hof legt deze omissie hem aan en laat deze om procestechnische redenen buiten beschouwing bij de beoordeling van zijn behoefte.
Het hof beoordeelt vervolgens de draagkracht van de vrouw, waarbij het volledige lastenpakket van de kinderen die bij haar wonen volgens de Trema-normen wordt meegenomen. Dit bedrag wordt verminderd met een redelijk bedrag voor woonlasten. Op basis van het netto besteedbaar inkomen van de vrouw en haar lasten concludeert het hof dat zij geen draagkracht heeft om partneralimentatie aan de man te betalen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de partneralimentatie betreft en wijst het verzoek van de man af. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen gewezen echtgenoten zijn.
Uitkomst: De vrouw heeft geen draagkracht om partneralimentatie aan de man te betalen; het verzoek tot vaststelling van alimentatie wordt afgewezen.